Heeft feminisme een re-branding nodig?

This post is also available in: Nederlands English (Engels)

Feministen zeuren, feministen zijn mannenhaters en feministen zijn zuur, humorloos en altijd heel erg boos. Zomaar wat vooroordelen die nog steeds welig tieren. En die ervoor zorgen dat vrouwen wel twee keer nadenken voordat ze zichzelf tot feminist bombarderen. Maar wat is feminisme eigenlijk? Wat hebben die vrouwen op de barricaden allemaal voor elkaar gekregen? En heeft de stroming re-branding nodig?

 

Wat is feminisme eigenlijk?

Wie dacht dat het feminisme begon met de strijd om de pil komt bedrogen uit. Het feminisme is een internationale beweging die al ruim tweehonderd jaar streeft naar een gelijkwaardige positie van de vrouw. Of het nu om kiesrecht, gelijke lonen, het recht op anticonceptie en abortus of om het aankaarten van seksuele intimidatie gaat: als feminist bekritiseer je de ongelijke machtsverhoudingen tussen man en vrouw en vecht je ervoor om dit te veranderen. Zodat vrouwen dezelfde kansen als mannen krijgen, zowel op economisch, politiek als sociaal vlak.

Golfbewegingen

Als beweging komt het feminisme voort uit de waarden van de Verlichting. Toen in 1789 de eerste Verklaring van de Rechten van de Mens en Burger werd opgesteld, inspireerde dat gemarginaliseerde groepen binnen de samenleving om ook hun rechten op te eisen. Net als de revolutionaire leus ‘Vrijheid, gelijkheid, broederschap’, overigens. Emancipatorische bewegingen voor democraten, christenen en tot slaaf gemaakten schoten als paddenstoelen uit de grond, net als het dan nog piepjonge feminisme.

Drie jaar later schreef Mary Wollstonecraft het boek ‘Pleidooi voor de rechten van de vrouw’ en vanaf dat moment kon de geest niet meer terug in de fles. Door de eeuwen heen ontwikkelde het feminisme zich tot een samenspel van maatschappelijke stromingen. De ene keer bouwden ze op elkaar en de andere keer lieten ze tegengestelde visies zien. Versplintering komt dan ook vaak voor, net als de neiging van het feminisme om in golfbewegingen te verschijnen. In die zin is het feminisme een gestage revolutie, die onverstoorbaar doorkachelt: van eerste golf tot de tweede, de derde en de vierde golf, waar we nu middenin zitten.

Eerste feministische golf (1850 – 1920)

Vergeleken met de roemruchte tweede golf staat die eerste golf niet zo helder op ons netvlies. We kennen allemaal de beelden van vrouwen met blote buiken, strijdend voor het recht op abortus. Maar we weten vaak niet dat hun voorgangers bijna zeventig jaar lang streden voor dingen die we nu vanzelfsprekend vinden. Zoals politiek stemrecht, het recht op onderwijs en het recht op eigen werk en een eigen inkomen. Veel van de feministische thema’s uit de pioniersjaren vormen dan ook de basis van onze huidige samenleving.

Onbeduidend wezen

Deze eerste feministen leefden in een tijd waarin vrouwen steevast op hun plek werden gehouden door een maatschappij die gestuurd werd door kerkelijke opvattingen over de positie van de vrouw. Het vrouwbeeld was traditioneel, waarbij de vrouw achter de potten en pannen stond en zoveel mogelijk baby’s op de wereld moest zetten. Vrouwen werden gezien als onbeduidende wezens, die intellectueel en emotioneel gezien minder bekwaam en stabiel waren dan hun mannelijke evenknie.

Hoewel de vrouw dus niet mocht werken, veranderde dit tijdens de Industriële Revolutie. Vrouwen uit de lagere klassen gingen buitenshuis aan de slag als dienstmeisje en als fabrieksarbeider. Tijdens de Eerste Wereldoorlog steeg het aantal vrouwelijke werkers nog harder. Omdat de mannen aan het front vochten, namen de vrouwen het werk in de fabrieken en op de landbouw over. Ze kregen een eigen inkomen, maar mochten nog steeds niet stemmen. Het besef drong door dat politieke inspraak ook voor vrouwen van wezenlijk belang was.

 

Zwarte vrouwen

In de Verenigde Staten vermengde de feministische beweging zich met het abolitionisme, de beweging die streed voor afschaffing van de slavernij. In 1848 kwamen zo’n tweehonderd vrouwen samen in een New Yorkse kerk om de sociale, burgerlijke en religieuze rechten van vrouwen te bespreken. Het recht om te stemmen kwam tijdens die Seneca Falls Convention voor het eerst echt op tafel te liggen. De conventie werd georganiseerd door twee witte, vrouwelijke abolitionisten die geweerd waren van een conventie tegen slavernij omdat ze vrouw waren.

Hoewel ook zwarte vrouwen actief deelnamen aan het werk van de Amerikaanse vrouwenbeweging, werd het uiteindelijk een beweging voor witte vrouwen. Ironisch genoeg maakte het stemrecht voor zwarte mannen in 1870 namelijk ontzettend veel los binnen de door abolitionisten geleidde vrouwenbeweging. ‘Zouden vrouwen serieus later stemrecht krijgen dan zwarte mannen? Dan hadden we net zo goed geboren kunnen zijn op een plantage’, schreef een witte vrouw in Revolution, de krant van de beweging. Zwarte vrouwen werden vanaf dat moment gedwongen om achter witte vrouwen te lopen in demonstraties. Vaak mochten ze er niet eens meer bij zijn.

Eindelijk stemrecht

De Amerikaanse en Europese strijd van de suffragettes was fel en volhardend. Terwijl ze marcheerden voor stemrecht werden ze bespot, geslagen en gearresteerd. Maar in 1919 was het eindelijk zo ver en mochten vrouwen de stembussen in. Het algemeen kiesrecht was de grootste prestatie van de eerste golf. Daarna bleven individuele groepen strijden voor anticonceptie, gelijke onderwijskansen, recht op werk en stemrecht voor zwarte vrouwen. Dat laatste duurde in verschillende landen namelijk nog enkele jaren. Zo mocht de eerste zwarte vrouw in Amerika pas in 1965 haar stem uitbrengen.

Ondertussen raakte de beweging als geheel versplinterd. Er was niet langer een uniform doel om na te streven en de positie van de vrouw kabbelde rustig voort, zonder noemenswaardige veranderingen of verbeteringen. In de met spruitjeslucht omgeven jaren ’50 zat het traditionele vrouwbeeld dan ook weer stevig in het zadel. Totdat de roerige sixties zich aandienden.

Tweede feministische golf (1965 – 1985)

De tweede golf is een directe reactie op het vrouwbeeld uit de jaren ’50. Hoewel vrouwen kiesrecht hadden verworven, stond het met de vorderingen op werkgebied minder rooskleurig. Vrouwen waren nog steeds met handen en voeten gebonden aan het huisvrouwenbestaan. Ze hadden geen andere invulling in hun leven, behalve het huishouden en het zorgen voor een schare kinderen achter de rokken. Veel vrouwen voelden zich leeg, moe en onvervuld en wilden uit hun opgelegde bestaan breken.

Dit onbehagen bij vrouwen werd in de Verenigde Staten het ‘huisvrouwensyndroom’ genoemd. En dat doelloze gevoel bleek voor veel vrouwen herkenbaar. In 1963 schreef Betty Friedan het boek ‘The feminine mystique’ en dit werd de internationale aanjager van de tweede feministische golf. Overal begonnen vrouwen zich te roeren, gaven ze seksuele voorlichting en richtten ze praatgroepen op. Met de komst van de pil in de vroege jaren ’60 werden ze bovendien gedeeltelijk baas in eigen buik. Vooral de komst van anticonceptie bracht een enorme vrijheid met zich mee. De kans op een ander bestaan lag open.

Vrouwencafés

Al snel kwam er aandacht voor ongelijkheid van vrouwen op allerlei gebieden. Het persoonlijke wordt politiek, zoals de slogan van de Nederlandse feministen klonk. De vrouwen uit de tweede golf zetten zich niet alleen in voor het recht op betaald werk, maar ook voor aandacht voor huiselijk geweld en de ongelijke verdeling van zorgtaken. Ze gaan de straten op voor het recht op abortus en voor sociale en seksuele vrijheid. De tweede golf is een brede beweging met uitwaaierende thema’s, die echter allemaal terug te voeren zijn op een gemeenschappelijk streven: gelijkheid voor man en vrouw.

Langzamerhand versplintert ook deze golf. Van fel activisme trekken de vrouwen zich terug in praatgroepen. Vrouwen verklaren zich solidair met vrouwen en dit uit zich in speciale vrouwenruimtes, waar mannen niet welkom zijn. Er komen vrouwenhuizen, vrouwencafés en vrouwenwoongroepen. Veel feministen splitsen zich af en gaan zich richten op specifieke maatschappelijke en politieke thema’s, zoals vrede, abortus, racisme of lesbische liefde.

Postfeminisme – de vrolijke nineties

Na de jaren ’80, waarin vrouwen massaal de werkvloeren bestormden en abortus eindelijk gelegaliseerd werd, was het eventjes stil rondom het feminisme. In de jaren ’90 werd de beweging zelfs doodverklaard. Jonge vrouwen moesten niks hebben van het harige-oksels-imago en vonden het een achterhaald fenomeen. Ze associeerden zich liever met het razend populaire concept Girl Power en het idee dat vrouwen sexy, assertief en empowered moeten zijn. Feminisme is niet meer nodig, dat is het heersende idee in deze optimistische jaren.

De girlpowercultuur wordt vaak als een derde golf gezien, maar stiekem deden de vrouwen van de nineties niets anders dan genieten van de verworvenheden van de vrouwelijke voorvechters uit de golven ervoor. De jaren ’90 worden niet gekenmerkt door breed gedragen protesten, vrouwen sprongen niet de barricaden op en er was geen collectieve frustratie over de ongelijke machtsverhoudingen tussen man en vrouw. We vonden het allemaal wel best zo.

Het politiek geladen feminisme? Dat leek in deze jaren inderdaad op sterven na dood.

De vierde golf – seksisme aan de schandpaal

Dat brengt ons bij de huidige golf, waar sociale media vrouwen een enorm platform hebben gegeven om een collectief te vormen. Grootste aanjager? Het jarenlang ondergesneeuwde seksisme van mannen jegens vrouwen. Het ‘namen en shamen’ is een cruciaal onderdeel van deze feministische opleving, waarbij vrouwen strijden om geweld en seksisme aan het licht te brengen. De laatste jaren verenigden vrouwen zich in de MeToo-beweging, in de Women’s Marches against Trump en in de FBrapecampagne, waarbij Facebook gedwongen werd te erkennen dat ze weinig deden om seksisme en verbaal geweld te weren van het platform.

Sociale media zijn een enorme katalysator gebleken voor deze vierde golf, al was het maar omdat sluimerend seksisme daar open en bloot naar de oppervlakte kwam drijven. Het is heel wat anders om in de stamkroeg of de voetbalkantine denigrerend over vrouwen te praten dan onder een tweet die door duizenden online gedeeld wordt. Sociale media bleken behalve een broedplek voor ideeën en verbinding dus ook een broeinest van schaamteloze vrouwenhaat te zijn. Feminisme draait in deze golf dan ook niet meer alleen om ongelijkheid, maar ook om het aankaarten van sociale kwesties.

Lelijke uitwassen

Tegelijkertijd zijn er heel veel thema’s uit de tweede golf nog niet opgelost. Zo is genderongelijkheid nog steeds een springlevend gegeven. Vrouwen verdienen nog altijd minder voor hetzelfde werk, ze worden nog altijd minder serieus genomen in de boardrooms dan hun mannelijke collega’s en online worden ze nog altijd beschimpt en aangevallen. Of je het nu hebt over de oneerlijke verdeling van zorgtaken, de representatie van vrouwen in de media of seksueel geweld en intimidatie: we zijn er nog lang niet.

En dan hebben we het alleen nog maar over de problemen in de westerse wereld. In veel landen bepaalt je gender hoe de rest van je leven eruit gaat zien. Vanzelfsprekend is dat leven een stukje rooskleuriger wanneer je een jongetje bent. Uithuwelijking, illegale abortussen, vrouwenbesnijdenis en eerwraak: het zijn stuk voor stuk lelijke uitwassen van vrouwenhaat waar wij ons in het bevoorrechte westen geen zorgen over hoeven te maken.

Intersectioneel feminisme

Een van de nijpende kwesties van de vierde golf is intersectionaliteit: een begrip dat nauw samenhangt met de noodzaak om verder te kijken dan onze westerse neus lang is. Het is een vorm van feminisme die zich hardmaakt voor de rechten van álle vrouwen en rekening houdt met het feit dat vrouwen verschillende achtergronden, klassen, etniciteiten en seksuele oriëntaties hebben. Het laat zien dat een feminisme dat zich focust op het algemene ‘vrouwen’ alleen in het voordeel werkt van witte, heteroseksuele vrouwen uit de middenklasse.

Intersectionele feministen gaan ervan uit dat elke vrouw uit verschillende sociale lagen is opgebouwd. Zo kun je wit zijn en protestant, zwart en lesbisch of Latina en arm. De ene vrouw is tenslotte de andere vrouw niet. Die overlappende identiteiten hebben invloed op de mate waarin je uitsluiting en discriminatie ervaart. Het is tenslotte niet moeilijk voor te stellen dat een zwarte, lesbische vrouw het zwaarder heeft dan een witte, heteroseksuele vrouw uit een welgestelde familie.

Abortus? Sommige vrouwen kunnen hem niet eens betalen

Kijkend door een intersectionele lens zie je hoe de verschillende vormen van ongelijkheid samenwerken en elkaar versterken. Een beetje zoals de feministen en de abolitionisten uit de eerste golf elkaar vonden in hun achtergestelde positie, voordat racisme toch weer om de hoek kwam kijken. Natuurlijk is het moeilijk om alle onrechtvaardigheden in de wereld onder een vlag aan te pakken, maar het is wel iets waar je volgens deze beweging naar moet streven.

Als intersectionele feminist maak je je dus niet alleen druk om het doorbreken van het glazen plafond, maar ook om het schaarse minimumloon van vrouwen in de ‘lagere’ banen. Je balt je vuist niet alleen voor het recht op abortus, maar bent je er ook  van bewust dat heel veel vrouwen zo’n abortus helemaal niet kunnen betalen. Feministen moeten deze onzichtbare vrouwen niet alleen zien, ze moeten erkennen ook dat hun relatief geprivilegieerde eisen ervoor zorgen dat gemarginaliseerde vrouwen nog meer naar de achtergrond worden geschoven, zo zegt Juliet Williams, hoogleraar genderstudies aan UCLA.

Feminisme re-branden?

Is het dus nodig om feminisme een make-over te geven? Een re-branding, zodat jonge vrouwen zich weer aangetrokken voelen tot het collectieve streven? Waarschijnlijk niet. Elke generatie heeft zijn eigen interpretatie van feminisme en elke generatie vult de beweging en de standpunten op een eigen manier in. Met de middelen en de kanalen waar ze toegang tot hebben.

Het feminisme is tenslotte springlevend, dat hebben we de laatste jaren gezien. We gaan de straten op, we creëren slimme hashtags waarmee politieke en maatschappelijke debatten worden uitgelokt en we realiseren ons dat ook het feminisme meer inclusiviteit en diversiteit nodig heeft. Feminisme is niet dood, het is actiever dan ooit. En het is een voorrecht om te mogen leren van de verworvendheden en fouten van de feministen van toen.

Een globale beweging die niet alleen geleid wordt door bevoorrechte vrouwen die voldoende tijd en energie hebben voor de goede vrouwenzaak? En die de sluizen openzet voor vrouwen uit alle hoeken en gaten van de samenleving? Dat zou wél een enorme stap voorwaarts zijn. Maar daar is een gewiekste re-branding niet voor nodig.

https://mag.pabo.nl/heeft-feminisme-een-re-branding-nodig/

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet weergegeven. Verplichte velden worden middels * weergegeven