‘Een hoge prijs voor het paradijs’ – Deel 5: Elk einde heeft zijn begin

‘Een hoge prijs voor het paradijs’ – Deel 5: Elk einde heeft zijn begin

This post is also available in: Nederlands English (Engels)

‘Een hoge prijs voor het paradijs’ – Deel 5: Elk einde heeft zijn begin

22 april 2022

Het is eindelijk zover: de spannende ontknoping van de 5-delige verhalenreeks van Lidnaë! In dit laatste deel wordt iedereen in het chateau opgeschrikt door een schokkende gebeurtenis. Terwijl de beschuldigingen over en weer vliegen, borrelt er misschien toch meer onder het oppervlak dan iedereen dacht…

Deel 1 t/m 4 nog niet gelezen? Je vind ze hier:

Elk einde heeft zijn begin

Jim en ik kiezen ervoor om te dineren op de kamer. Na een intensief dagprogramma zitten we lekker in het bubbelbad. Een fles champagne erbij en we hebben alleen elkaar nog nodig. De deur gaat open zonder dat er geklopt is. En dat terwijl Jim net op de badrand heerlijk van mijn mond zit te genieten. Me verslikkende in een plens water die over me heen golft als Jim zich snel in het water laat vallen, kijk ik wie ons zo hardhandig interrumpeert. Het is Cassiopeia, en ik zie direct dat er iets mis is. Haar blik is gejaagd en ze ziet bleek.
‘Jullie moeten direct naar beneden komen, monseigneur verwacht iedereen in de ontvangstkamer.’
Haar toon duldt geen tegenspraak. In een wip drogen we ons half af, schieten in onze kleren en haasten ons naar beneden.

We zijn de laatsten die arriveren in de kleine kamer. Een bliksemschicht splijt de donker wordende avondlucht. Monseigneur laat ons binnen en stelt ons voor aan de kokkin, het enige personeelslid dat nog aanwezig is. Het laatste lid van ons selecte clubje is een vrouw met lange blonde haren. Niemand heeft nog een masker op, er moet echt iets heel erg mis zijn. Om haar onthulling nog erger te maken splijt een nieuwe, nog heftigere bliksemflits de hemel als ze omdraait. Daarom voelde ik me bij het ontbijt zo slecht op mijn gemak.
Het is Dianne, de vrouw van Jaqcues! Dat moet betekenen dat hij hier ook is. Jim heeft het ook gezien, koortsachtig kijkt hij de kamer rond, alsof hij verwacht opeens besprongen te worden door de man die we opgelicht hebben. Maar dat gaat niet gebeuren zie ik, Diannes ogen zijn dik en rood, haar make-up uitgelopen. Het is dat Cassi er tussen springt, anders had ze me aangevlogen. Hysterisch schreeuwt ze letterlijk over moord en brand. Ik heb eerlijk waar geen idee wat er gebeurd is, maar het is onmogelijk een verklaring uit Dianne te krijgen. Cassi brengt de rust enigszins terug door haar een zijdeur uit te sleuren. Door de muur heen horen we haar huilen.
‘Jaqcues is dood. Vermoord. Zijn lichaam dreef in het overdekte zwembad.’
‘Lijkt mij dat ie verdronken is’, oppert Jim.
‘Jaqcues is gevonden met een flinke hoofdwond. Dat duidt wat mij betreft op moord.’
‘Nogal logisch’, houdt Jim voet bij stuk, ‘uitgegleden, bewusteloos in het water gevallen en toen verdronken.’
‘Nergens in het zwembad is bloed gevonden, bovendien had Jaqcues schoenen met grip aan’, in de stem van Monseigneur, die een vijftiger met een gegroefd gezicht en een klein staartje blijkt te zijn, klinkt voor het eerst sinds we hem kennen enige ergernis door.

‘Jaqcues is dood. Vermoord. Zijn lichaam dreef in het overdekte zwembad.’

Cassi heeft Dianne intussen weten te kalmeren. Met de wind en de regen die de ramen geselt als onze metgezel drinken we een whisky tegen de schrik. Dianne snikt de hele tijd zachtjes.
‘Wie zou Jacques nou kwaad willen doen?’ snikt Dianne tussen haar tranen door.
‘Ieder van jullie, op mij na, had zo zijn redenen’, de stem van Monseigneur is niet meer dan een fluistering. Argwanend kijk ik die groep af. Ik wist niet dat Jaqcues hier was, misschien Jim wel. Dianne natuurlijk ook. Maar waarom hadden Cassiopeia, Monseigneur en de kokkin, die Charley heet, een motief?
‘Laten we eerst uitzoeken hoe en waar de moord begaan is. Waar is het lichaam nu?’
‘In het zwembad nog. Alleen krijg ik hem er niet uit.’
‘Wat!’ Van ontsteltenis slaat Dianne de handen voor haar mond.

Met Jim voorop gaan we in looppas naar de serre. Het is inderdaad ongehoord dat Jaqcues, zelfs met al zijn fouten, zomaar dood ronddrijft.
‘Wie zou welk motief hebben?’ vraag ik onder het lopen aan Jim. Het antwoord komt niet van Jim, maar van Monseigneur die me gehoord moet hebben.
‘Hij wist dat jij hem opgelicht had, Jims motief zou jaloezie kunnen zijn. Net als dat van Dianne, die wist van jullie affaire.’ Ik sputter wel tegen, maar alles wat ik zeg kan de waarheid niet ontkrachten.
‘En Charley en jij dan?’ gooit Jim het over een andere boeg.
‘Ik heb geen motief’, antwoord Monseigneur, ‘en Charley moet het hare jullie zelf maar vertellen.’ Maar kokkin Charley zwijgt over haar eigen redenen waarom ze Jaqcues vermoord zou kunnen hebben.

Leeg! Het zwembad is leeg! Op het water na dan. Er drijft niemand in. Niks duidt erop dat hier tot voor kort een lichaam rond dreef. Met stomheid geslagen kijkt iedereen elkaar om beurten aan. De argwaan gaat over in regelrechte achterdocht.

Vanuit de studeerkamer belt Charley de politie. Na een kort gesprek – in het Frans – deelt ze ons mee dat er wagens onderweg zijn. Een verhitte discussie ontstaat. De een wil gezamenlijk wachten op de politie. Of ze onder de indruk zijn van Jim zijn schallende stem of het gewoon met hem eens zijn krijg ik niet duidelijk, maar we splitsen ons op. Ieder gaat naar zijn eigen kamer. Met stoelen barricadeert Jim de deur. Mijn rust keert terug.
Niet alleen door Jims optreden, maar dat hoeft hij niet te weten.
‘Heb je je klaar getrokken?’ vraag ik Jim, mijn armen om hem heen slaand.
‘Huh, wat? Waar heb je het over?’
‘Toen je me zo heerlijk likte vanmiddag.’
‘Is dit een moment om daarover te beginnen?’ Hij is gespannen, ik hoor het aan zijn stem.
‘Wie weet wat er gaat gebeuren vannacht, Jim. De politie is er nog lang niet.’ Dat ik geen zin heb om de komende uren opgescheept te zitten met een over-zenuwachtige stuiterbal vertel ik hem maar niet. Aan een hand trek ik hem met me mee.

Of ze onder de indruk zijn van Jim zijn schallende stem of het gewoon met hem eens zijn krijg ik niet duidelijk, maar we splitsen ons op. Ieder gaat naar zijn eigen kamer. Met stoelen barricadeert Jim de deur.

Tranen rollen over mijn wangen. Jim kan iets minder lachen. Wrijvend over zijn pijnlijke ellebogen kijkt hij naar me op. Op dikke handdoeken lig ik comfortabel op de houten saunabanken.
Met een kleine dosis overredingskracht – een korte show met een vibrator – had ik Jim zijn zenuwen doen vergeten. Steunend op zijn vuisten, ondersteund door mijn handen was zijn lichaam veraf en toch dichtbij. In een heerlijk tempo voelde ik zijn staalharde penis in en uit me glijden. Jim en ik deden het nooit anaal, hij vroeg er ook nooit naar. Maar sinds Cassi hem dat plezier gegund had, wilde hij het ook met mij. De avond was al zo gek, dit kan er dan ook nog wel bij. Hij belooft voorzichtig te zijn, dus haast zich om glijmiddel te gaan halen. De vibrator die eerder een opwarmertje voor Jim was, houdt mij nu warm tot hij terug is.

Wat een haast. Het naar sinaasappel riekende spul vliegt zowat overal. Afwachtend en behoorlijk nieuwsgierig ga ik op mijn buik liggen. Dit keer is het aan mij om mijn billen uitdagend uit elkaar te houden. Een gil van mij bij de onverwachte pijn, een vloek van Jim. Geschrokken rol ik om. Meneer is uitgegleden. In al zijn haast met het glijmiddel heeft hij zo gemorst dat zijn voet erin weggeslipt is. Met een tussenstop van zijn kin op mijn onderrug is hij onzacht geland op de vloer. Ik lach me dood! Jim iets minder.
Voor we een nieuwe poging kunnen ondernemen wordt op de deur geklopt. Dit keer is het Charley die ons blozend vraagt met haar mee te komen.

Geen politie vanavond. De weg hiernaartoe is veranderd in een kolkende modderstroom. Morgenochtend komen ze op zijn vroegst. In onze groep neemt de paniek toe, zeker Dianne, toch al overstuur door de dood van haar man, staat op het punt van knakken. Cassi stelt voor om kamer voor kamer af te zoeken.
‘Zodat jij tijd hebt om bewijs weg te moffelen zeker’, werpt Dianne tegen. Een pittige discussie volgt met als eindresultaat dat we allemaal samen de overige kamers een voor een afgaan op zoek naar sporen en bewijs.

Dus zit er maar één ding op. We moeten zelf als groep op zoek naar het lichaam van Jaqcues, te beginnen in de keuken. Een donderslag verdooft ons gehoor voor een paar seconden. De deur naar de keuken geeft niet mee. Hoe Cassiopeia ook probeert. Als Monseigneur Charley wil vragen hoe de deur van binnen vergrendeld kan zijn, merken we pas dat zij niet meer bij ons is. Als kippen zonder kop roept iedereen door elkaar. Zou ze afgedwaald zijn, ontsnapt, gegrepen door de moordenaar? De wildste verhalen doen meteen de rondte. We zwijgen geschokt als we ergens in het Chateau Charley bloedstollend horen gillen. Even abrupt als het gekrijs begonnen is stopt het weer.
Dianne begint te beven en ziet eruit alsof ze nu echt ieder moment haar zelfbeheersing kan verliezen. Monseigneur beslist dat we naar zijn panic room gaan. Die kan vanaf een terminal in de hal of zijn slaapkamer geopend worden. Na een minuut gaat de deur weer dicht voor twaalf uur. De hal is het dichtste bij. Monseigneur blijft maar doorratelen over zijn panic room waar we veilig en van alle gemakken voorzien zullen zijn.
‘Ik wilde dat die kerel zijn kop eens hield’, fluister ik in Jims oor.

Zou ze afgedwaald zijn, ontsnapt, gegrepen door de moordenaar? De wildste verhalen doen meteen de rondte. We zwijgen geschokt als we ergens in het Chateau Charley bloedstollend horen gillen.

Direct op het moment dat Monseigneur zijn code ingeeft gaan overal in huis met een klap de lichten uit. Dianne verliest haar shit. Krijsend rent ze door de gang van ons weg.
‘We kunnen niet wachten’, overstemt Monseigneur haar, ‘over een minuut gaat de deur dicht.’
Lijfsbehoud wint het altijd boven de zorg over anderen. In een lint met Monseigneur voorop en Cassi als hekkensluiter rennen we naar de panic room. Aan het einde van de gang telt een digitale klok af. De rode cijfers lijken sneller te gaan dan een seconde normaal duurt.
Het had moeten lukken. Met nog maar een tiental meter en vijf seconden op de klok waren we er bijna. Jim en Monseigneur, die een voorsprong hadden, waren wel al veilig in de panic room.

En toen struikelde ik. Rollend kom ik tot stilstand op het dikke tapijt. Cassi landt pijnlijk hard in mijn rug. Jim roept mijn naam, maar kan niks meer doen. De deuren gaan al dicht. In het donker probeer ik mijn versuffing meester te worden. Cassi trekt een kleine zaklamp uit de binnenzak van haar broekpak. Haar gezicht van onder beschijnend grijnst ze naar me.
‘Precies volgens plan, iedereen kwijt gespeeld.’ Ze ziet er ronduit horrorachtig uit zoals ze boven me hangt. Ik probeer een arm naar haar op te heffen, maar de klap op mijn rug is nog te overweldigend. Cassi’s bijna manische grijns brandt zich in met netvlies.
‘En nou heb ik jou’, fluistert ze in mijn oor.
Langzaam lukt het, al is het zonder veel kracht, om mijn armen om haar nek te slaan. Haar gezicht, nog steeds vertrokken tot een grijns, is slechts een centimeter van het mijne vandaan.
Ze kust me. Ik open mijn mond en laat haar tong naar binnen glijden. Mijn krachten keren terug. Als geliefden rollen we over de vloer, we kussen, voelen, strelen en knijpen. Alle spanning ontvouwt zich hier op de vloer. Mijn handen glijden langs haar broekband naar beneden over haar blote billen. Vingers wurmen zich onder de stof van haar string.
‘We moeten gaan’, hijgt ze in mijn mond. Ik negeer de opmerking waarvan we allebei weten dat ze die niet meent. Een vinger glijdt bij Cassi naar binnen. Ik voel haar warm en vochtig worden bij mijn aanraking. Onhandig trekt ze mijn blouse open. Met cups van mijn bh omgevouwen richt haar mond zich op mijn tepels. Om beurten bijt ze zachtjes in de harde knoppen terwijl we haar samen vingeren. Ik in haar, zijzelf speelt met haar clitje.
‘Je hebt wat van me tegoed’, zegt ze als we weer aangekleed zijn en richting parkeergarage rennen.
‘Weet ik.’

Met draaiende motor staat een Audi station al op ons te wachten. Als passagiers drie en vier stappen we in.

Later die dag…

Een hand glijdt onder mijn doorschijnende zomerjurkje om te blijven rusten op mijn heup. In een strandstoel beneden ons balkon walst een zongebruinde man zijn likeurtje terwijl hij aan zijn vanillesigaar trekt.
‘Zou hij nog op het station op je staan wachten?’ Ik giechel zachtjes.
Een déjà vu dringt zich aan me op als een vrouw met een bloedmooie donkere huid uit de branding het strand op loopt. Op haar buik liggend geniet ze van de zon. De hand verschuift van mijn heup tot tussen mijn benen.
‘Geen onderbroekje, dat waardeer ik wel,’
Genietend van de hand tussen mijn benen kijk ik van bovenaf toe hoe de man op het strand over de vrouw heen knielt. Zijn grote handen masseren teder haar schouders. Ze kijken op als een kreuntje aan mijn mond ontsnapt.
‘ Nu weten ze wat ik bij je doe, zal ik maar stoppen?’
‘Trek je hand weg en ik verzuip je in de golven.’

Vier zielen, vier verhalen, verbonden door één verhaal. Het verhaal van verdriet, verraad en verlating. Vier zielen die één plan tot in de puntjes uitgedacht hebben, met daarin elk hun eigen aandeel. Het verleiden van Jaqcues en Jim om de tuin leiden was mijn werk. In Praag kwam Cassiopeia erbij die ons volgde naar Italië. De ontmoeting met Jaqcues in Frankrijk was ook afgesproken werk.

Ik schiet haast in de lach bij de gedachte dat die ouwe viezerik echt geloofde dat ik met hem met de noorderzon zou verdwijnen. Ik ben inderdaad naar onze rendez-vous op het treinstation gegaan na zijn zogenaamde dood. Samen met Charley, Cassi en Bull heb ik vanuit de auto genoten van zijn vertwijfeling, die via argwaan overging in woede toen hij besefte dat de bedrieger bedrogen werd. Bull en Charley hadden een perfect moordspel uitgezet om onze sporen te wissen. Als de andere spelers in dit spel hun onvrijwillige deelname niet te boven zouden komen, was dat hun verdiende loon.

De hand tussen mijn benen krijgt gezelschap van een tweede. Teder bijt Charley in mijn nek. Op het strand beneden ons is Cassi nu helemaal naakt terwijl de grote Bull haar benen masseert.
Mijn zucht van verlangen naar meer, hier en nu van Charley, gaat verloren in de warme mediterraanse wind.

https://blog.easytoys.nl/een-hoge-prijs-voor-het-paradijs-deel-5-elk-einde-heeft-zijn-begin/

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet weergegeven. Verplichte velden worden middels * weergegeven